Publicaties

Skip Navigation Links.
Recent verschenen
Expand per documenttypeper documenttype
Expand per Unitper Unit
Expand per Clusterper Cluster

Zoeken naar publicaties:
Beperk het zoeken tot de velden:

ECN publicatie:
Titel:
Meetresultaten van 10 warmtepompinstallaties te Uithoorn
 
Auteur(s):
 
Gepubliceerd door: Publicatie datum:
ECN Energie in de Gebouwde Omgeving en Netten 1-3-2004
 
ECN publicatienummer: Publicatie type:
ECN-C--04-030 ECN rapport
 
Aantal pagina's: Volledige tekst:
94 Download PDF  (246kB)

Samenvatting:

SAMENVATTING

In het Burgemeester Kootpark in Uithoorn is in 2002 nieuwbouw gerealiseerd, waaronder 90 villa's. In tien van deze woningen is een installatie aangebracht waarin voor verwarmingsdoeleinden bodemwarmtewisselaars en warmtepompen worden toegepast en waarmee ook gekoeld kan worden. In dezelfde woningen is ook een meetsysteem aangebracht waarmee de prestatie van de installatie gemeten kan worden. De resultaten van deze metingen worden in dit rapport gepresenteerd. In deze rapportage worden de woningen uitsluitend aangeduid met de letters A t/m J. Dit is gedaan om anonimiteit van de bewoners te garanderen.

De CO2 winst bedraagt bij de best functionerende installatie rond de 38% ten opzichte van een referentie situatie waarbij de geleverde warmte alleen door een gasgestookte HR-ketel geleverd wordt. Bij de slechtst functionerende installatie was de CO2 uitstoot in de periode december 2002 - december 2003 26% hoger dan in de referentie situatie. Het gaat hierbij om een systeem dat niet goed functioneert.

Normaal gesproken zal gemiddeld een Seasonal Performance Factor van 2,7 gehaald moeten worden om milieuwinst te realiseren ten opzichte van de referentie situatie. Voor negen systemen was dit het geval tijdens de meetperiode, behalve in het hierboven beschreven geval. Voor de tien systemen geldt een gemiddeld behaalde CO2 reductie van ca. 18%.

Om de energiekosten te vergelijken is ook uitgegaan van een referentie situatie waarbij de geleverde warmte door een gasgestookte HR-ketel wordt verzorgd. De tarieven voor gas en elektriciteit uit november 2002 zijn hiervoor gebruikt. De tarieven zijn afkomstig van de energieleverancier van de bewoners. De warmtepompen zullen tenminste een SPF moeten halen van 3,1 om lagere energiekosten met zich mee te brengen dan de referentie situatie. Voor acht systemen was dit het geval.

Uit meetgegevens is gebleken dat de ingeblazen lucht in warme zomerperioden door het koelsysteem ca. 8° C afgekoeld kan worden. De gemeten koelvermogens liggen tussen de 0,5 en 1 kW. De meeste bewoners (7 van de 10) merken geen of weinig effect van koeling. De overige 3 woningen ervaren wel enig effect van het koelsysteem.

De meeste installaties leiden tot verlaging van de energiekosten, al hebben de meeste bewoners het gevoel dat dit niet zo is. Een enkeling heeft genoemd dat de kosten voor het gasverbruik lager zijn, maar dit lijkt minder zwaar te wegen dan de extra kostenpost voor elektriciteit. Ondanks het feit dat de metingen aantonen dat het overgrote deel van de warmtepompsystemen naar behoren functioneert, zijn de bewoners erg kritisch over de warmtepompsystemen. De belangrijkste redenen voor de ontevredenheid zijn;

  • het ontbreken van een regelbare kamerthermostaat
  • veelvuldig optredende storingen
  • het niet bereiken van het gewenste comfort
  • complexe regelbaarheid
  • hoge energiekosten
  • lelijke en slecht afgewerkte installatie

Het systeem in woning F functioneert het beste. Waarom andere systemen minder presteren kan niet direct gezegd worden. Hiervoor is een uitvoerige analyse nodig die niet binnen de doelstelling van het monitoringsproject volgens de SOM-WP valt. Wel is een overzicht gemaakt van de gemeten cv-temperaturen in de systemen (zie bijlage C). Hieruit valt op te maken dat de maximale cv-water temperatuur in woning F maximaal 34°C is en dat de warmtepomp gelijkmatig schakelgedrag (aan/uit) vertoont. Dat systemen in de andere woningen minder goed functioneren wordt mogelijk veroorzaakt doordat het systeem hydraulisch niet correct is ingeregeld. Een mogelijkheid tot het verbeteren van de systemen kan bestaan uit het overnemen van de instelling van de gewenste cv-temperatuur van de warmtepomp in woning F in de andere systemen. Een aanpassing in de regeling waarmee de radiatoren onafhankelijk van het vloerverwarmingssysteem en de warmtepomp geregeld kunnen worden, voorziet in de behoefte van betere regelbaarheid voor de bewoners. Dit vereist overigens wel aanpassingen in het leidingwerk. In ECN rapport 'Installatieconcept voor villa's in het Burgemeester Kootpark te Uithoorn' (rapport nr. ECN-C--00-072) staat een systeem beschreven waarmee dit gerealiseerd kan worden.

Verder kan een uitvoerige analyse van de meetdata in samenwerking met de installateur leiden tot een aantal verbeterpunten voor de warmtepompsystemen (positie buitentemperatuursensor, instellingen stooklijn etc.). Het uitvoeren van deze verbeterpunten in de woningen en daarna monitoren van de resultaten kan dan vervolgens leiden tot het samenstellen van een aantal vuistregels voor het toepassen van warmtepompsystemen. De meeste bewoners staan ook positief tegenover deze exercitie en de meetinfrastructuur is aanwezig om dit uit te voeren.


Terug naar overzicht.